Fairtrade lanceert gewenste koffieprijs voor boeren in Indonesië    

Fairtrade lanceert gewenste koffieprijs voor boeren in Indonesië    

Na Colombia heeft Fairtrade ook voor Indonesië een koffieprijs berekend die boeren nodig hebben om met hun familie een leefbaar inkomen te kunnen bereiken1. Deze zogenaamde referentieprijs voor een leefbaar inkomen (LIRP) is direct ook een maatstaf voor de koffiesector om deze te verduurzamen en telers in staat te stellen ook in de toekomst koffie te blijven verbouwen. Zo’n prijs staat volledig los van de bekritiseerde, vaak te lage en sterk wisselende prijzen op de wereldmarkt.  

Overeenstemming 

De vastgestelde LIRP in Indonesië geldt voor biologische arabicakoffie uit Aceh op Sumatra, dat een belangrijke bron is voor de koffieconsumptie in Nederland. Indonesië levert zo’n 5 procent van de koffie in de wereld en Aceh vormt met haar gayo-koffie daarvan een belangrijk deel. Van de koffie in Aceh is 40% Fairtrade gecertificeerd. 

De LIRP komt tot stand via een gedegen proces, om te bereiken dat het resultaat door alle partijen in de koffieketen wordt omarmd. Een jaar lang hebben zo’n 370 boeren van vijf coöperaties in Aceh hun onkosten en inkomsten bijgehouden, ondersteund door Fairtrade en het regionale producentennetwerk NAPP. Een leefbaar inkomen voor een gemiddeld gezin van vier personen was op basis van bestaand onderzoek al berekend op 75 miljoen roepia per jaar (US$ 5.250). Of een klein boerenbedrijf, in Aceh minder dan een hectare, dit inkomen kan ophoesten wordt mede bepaald door de bedrijfsgrootte en de productie per hectare. Na grondige analyse en uitgebreide consultatie met alle betrokkenen -boeren, industrie, overheid en wetenschappers- is overeenstemming bereikt over de kenmerken van een typerend boerenbedrijf in Aceh. Zo is geconcludeerd dat een productie van 6000 kilogram verse koffiebessen per hectare2 haalbaar moet zijn en werd de gewenste grootte van een gemiddeld familiebedrijf op 1,2 hectare gesteld3. Om een leefbaar inkomen te bereiken zou een kilo koffiebessen dan Rp 13.600 moeten opbrengen. Omgerekend naar een gangbare exportprijs voor groene koffie komt dat neer op US$ 2,82 per pound (454 gram). Met de huidige prijzen op de wereldmarkt wordt aan boeren in Aceh momenteel nog zo’n 20 procent minder betaald.  

Prijsstrategie Fairtrade 

Het bepalen van leefbaar inkomen referentieprijzen is voor Fairtrade een belangrijke nieuwe stap in haar prijsstrategie. Een goede prijs is een voorwaarde voor boeren om te kunnen investeren en zowel op sociaal als milieugebied duurzame verbeteringen te realiseren. Fairtrade kende en kent daarom nog steeds een verplichte minimumprijs die boeren voor hun koffie betaald moeten krijgen. Die biedt een vangnet en heeft veel boeren geholpen om het hoofd boven water te houden tijdens prijscrises. Maar juist kleinschalige boeren, die voor 80 procent van de wereldproductie zorgen, zijn niet alleen gericht op de productie van dat ene exportproduct koffie. Ze telen ook hun eigen voedselgewassen als bananen, bonen of maïs, bezitten wat vee en hebben vaak andere activiteiten buiten de deur. Daarom is Fairtrade enkele jaren geleden een strategie gestart, waarin de hele  inkomens- en levenssituatie van kleine-boerengezinnen in ogenschouw wordt genomen, een meer holistische benadering. Dat leidde tot het vaststellen van de eerste LIRP in Colombia. Fairtrade is druk doende om na Indonesië ook referentieprijzen te bepalen voor Oeganda, Peru, Honduras en Ethiopië. Voor andere herkomstlanden werkt Fairtrade vooralsnog met geschatte waarden tot de LIRP formeel voor die landen is vastgesteld. 

Objectieve norm 

Met het betalen van een LIRP wordt in de praktijk overigens niet voor alle boerengezinnen een leefbaar inkomen bereikt. In Aceh in Indonesië is een gemiddeld bedrijf bijvoorbeeld maar 0,9 hectare groot en biedt het slechts werk aan 70% van de aanwezige arbeid. Bovendien heeft geen enkele boer de ideale bedrijfsgrootte, koffieopbrengst, manier van werken en gezinssamenstelling. De LIRP is dus een objectieve referentieprijs voor koffie van een ideaal boerenbedrijf in een bepaald gebied. Afhankelijk van ieders situatie zal een boerengezin het inkomensgat dus verder moeten dichten, bijvoorbeeld met andere werkzaamheden, door de productiviteit per hectare te verhogen of door met verdere verwerking waarde aan de koffie toe te voegen.  

Oproep en handreiking 

Het betalen van de referentieprijzen is in Fairtrade (nog) vrijwillig. Fairtrade kent de bekende, verplichte minimumprijs en premie. Fairtrade roept retailers en bedrijven in de koffie-industrie echter op om voor hun koffiebonen voortaan een leefbaar-inkomen-referentieprijs te betalen. Zo’n overstap is voor veel kopers misschien nog een stap te ver en Fairtrade zou met het invoeren van een verplichte LIRP wellicht ook markt verliezen. Koffieboeren zouden dan nog slechter af zijn. Hoewel een leefbaar inkomen voor iedereen in de wereld een recht is, kiest Fairtrade daarom voor een geleidelijke aanpak en nodigt ze bedrijven, die nog niet aan een LIRP toe zijn, uit om samen programma’s te ontwikkelen die een leefbaar inkomen naderbij brengen. Daarbij valt te denken aan het verhogen van de koffiekwaliteit, het verbeteren van de efficiëntie op boerenbedrijven of het testen van vrijwillige prijsverhogingen. Verwacht wordt dat overheids- en EU-maatregelen bedrijven uiteindelijk zelfs zullen verplichten bij te dragen aan fatsoenlijke leefomstandigheden in de aanvoerketens van hun producten. Wettelijke maatregelen gaan steeds meer die kant op. Het betalen van een LIRP zou dan standaard kunnen worden. Fairtrade biedt het bedrijfsleven de kans dat nodige traject nu samen in te slaan. 

Wil jij de impact van jouw koffie vergroten door bij te dragen aan een leefbaar inkomen voor koffieboeren? Kom in contact met Yme Quispel (yme@fairtradenederland.nl) voor advies en meer informatie over een samenwerking met Fairtrade. 

[1] Zie rapport: ‘A journey to establishing Living Income for small coffee producers in Aceh – Indonesia’, febr. 2022. 
[2] Dit komt overeen met 1000 kg exportklare, groene, ongebrande koffiebonen.  
[3] De omvang van een boerenbedrijf is gebaseerd op het haalbare productieniveau én de volledige inzet van de   beschikbare arbeid in het gezin.